Schoenadvies

Nieuwe schoenen?

Een goede schoen is belangrijk, maar waar let je nu op bij een goede schoen? Hij moet stevig zijn, maar niet te lomp en te zwaar. Moet de schoen hoog zijn of is laag ook goed? Een zachte zool of een harde zool? Hierbij wat tips voor als je nieuwe schoenen koopt. Heb je alsnog vragen? Vraag het dan aan je podotherapeut.

Tip 1: hakhoogte

Het is prettiger om op een schoen te lopen met een hakhoogte van ongeveer twee vingers dan op een een volledig platte schoen. Als je steunzolen gebruikt mag de hak niet hoger zijn dan 4 cm.

Soms zorgt een echte blokhak voor de hakhoogte en soms is er sprake van een hakzoolverhoging. Let op het verschil in dikte tussen de voorvoet en de achtervoet. Ook al lijkt dit in eerste instantie een platte schoen, de achterkant is toch deels verhoogd (het bruine gedeelte).

Tip 2: loopzool

Uitglijden wil natuurlijk niemand, daarom is een loopzool met een duidelijk zichtbaar profiel aan te raden. Dit profiel kan verschillende kleuren en vormen hebben, als er maar duidelijke lijntjes in zitten. Een zool moet niet te zacht zijn. Een hardere zool zorgt voor meer stabiliteit tijdens het lopen. Soms kan een zachte zool wel prettig zijn bij bepaalde klachten. Voor advies kunt u altijd de podotherapeut vragen.

Tip 3: contrefort

Let bij de schoen op de stevigheid van de hiel. Houd de schoen in twee handen en kijk of je het hielgedeelte in kan drukken. Is dat niet mogelijk, dan is de hiel mooi stevig!

Tip 4: cambreur

De stevigheid van de onderkant controleer je als volgt: zet de neus van de schoen op de grond en buig de schoen. Buigt de schoen alleen op die bal van de voet (achter de grote teen), dan is het goed. Een schoen die slap is in het midden zal geen steun bieden. Voor kinderen geldt hetzelfde.

Tip 5: wringen cambreur

Een tweede manier om de stevigheid te testen is door te proberen of je de schoen kunt ‘uitwringen’. Gaat dat heel er lastig? Dan is de stevigheid voldoende. Kan je de schoen helemaal omdraaien, dan is hij niet stevig genoeg en zal hij onvoldoende steun bieden. Laarsjes en kinderschoenen test je op dezelfde manier. Pak de schoen achter vast en probeer de voorkant uit te wringen.

Tip 6: lengtemaat

Tenen houden van beweging. Kun je je tenen voldoende bewegen, dan krijg je geen drukplekken en andere problemen. Een schoen is te klein als de teentoppen aan de binnenkant van de neus van de schoen raken.

Je kunt bij het kopen van de schoen natuurlijk niet zien hoeveel ruimte de tenen in de schoen hebben, maar als het bovenleer aan de zijkant van de schoen uitpuilt, is de schoen te klein.

Houd er rekening mee dat je aan de voorzijde van je tenen ongeveer een duimdik over moet houden. Zo kunnen je tenen vrij bewegen in de schoen tijdens het afwikkelen.

Tip 7: wijdtemaat

De breedtemaat is net zo belangrijk als  de lengtemaat. Is je schoen namelijk te breed, dan schuif j e alsnog naar voren in de schoen. Daarnaast is het belangrijk de schoen goed te strikken, anders kan de voet verder naar voren schuiven. Goed veters strikken doe je door de hak van je schoen op de grond te zetten met de neus omhoog. Hierdoor zorg je dat je hiel goed achterin zit. Strik de veters stevig maar niet te strak. Je kunt nu niet schuiven in de schoen. Strik sportschoenen en lage schoenen op dezelfde manier.

Tip 8: uitneembaar voetbed

Heb je steunzolen? Koop dan schoenen waarbij het voetbed uit de schoen gehaald kan worden. Je kunt dan de steunzool op de plaats van het uitneembare voetbed leggen. Zo komt je voet niet te strak in de schoen te zitten.

Extra tip!

Koop je schoenen aan het einde van de middag! Aan het einde van de dag zijn je voeten namelijk wat meer opgezet door het lopen.